Automatische bijschriften
Specificeert de instellingen voor bijschriften die automatisch aan ingevoegde objecten toegevoegd worden.
Bijschriften automatisch toevoegen tijdens invoegen
Schakel het (de) objecttype(s) in waarvoor AutoCaption-instellingen worden toegepast.
Bijschriftvolgorde
Selecteer de volgorde van het bijschrift: eerst categorielabel of eerst nummering.
Bijschrift
Definieer de opties die moeten worden toegepast voor het geselecteerde objecttype. Deze opties zijn identiek aan die in het menu , dat beschikbaar is wanneer een object is geselecteerd. Het voorbeeldvenster in het dialoogvenster toont het resultaat van de geselecteerde instellingen.
Categorie
Specificeert de categorie van het geselecteerde object.
Nummering
Specificeert het benodigde nummeringstype.
Na nummer
Geef optionele tekens op die tussen het titelnummer en de categorie moeten worden weergegeven. Deze optie is alleen actief als is geselecteerd voor de titelvolgorde.
Voor bijschrift
Definieer een optioneel tekstteken dat na de bijschriftcategorie en het bijschriftnummer verschijnt.
Functie
Bepaalt de positie van het bijschrift ten opzichte van het object.
Kopnummer voor bijschriftnummer
Tot niveau
Bij normaal gebruik van koppen geeft het geselecteerde nummer aan hoeveel niveaus van het kopnummer (beginnend vanaf niveau 1) worden weergegeven. Als [Geen] is geselecteerd, wordt er geen kopnummer weergegeven.
Het voor weergave geselecteerde kopnummer is de eerste voorafgaande kop waarvan het overzichtsniveau gelijk is aan of kleiner is dan het geselecteerde overzichtsniveau. Selecteer bijvoorbeeld "2" om het kopnummer van de eerste voorafgaande kop te gebruiken met overzichtsniveau 1 of overzichtsniveau 2.
Scheidingsteken
Definieer het teken dat moet worden weergegeven tussen het kopnummer en het titelnummer.
Categorie- en frame-opmaak
Tekenopmaakprofiel
Specificeert het tekenopmaakprofiel van de bijschriftcategorie en het bijschriftnummer.
Rand en schaduw toepassen
Past de rand en schaduw van het object toe op de titelframe.